Hoe ga ik om met in de oppervlakte geïntegreerde afvoeren of goten?
Het komt vaak voor dat een oppervlak niet via de rand, maar via in het oppervlak geïntegreerde afvoeren, goten of leidingen wordt afgevoerd. Dit is typisch voor grotere oppervlakken, zoals platte daken, schoolpleinen of parkeerterreinen die met asfalt of klinkers zijn aangelegd en voor volledig omsloten balkons. Ook in kelders, werkplaatsen, ondergrondse garages of stallen komen dergelijke geïntegreerde afwateringssystemen voor.
Een waterdoorlatende vloerbekleding van gummigranulaat belemmert de afwatering doorgaans niet. Afhankelijk van de doorlatendheid en de hoeveelheid water sijpelt het water geheel of gedeeltelijk door de gummigranulaattegels en stroomt het, volgens het gefälle, naar de afvoer of goot. Water dat niet door de gummiplaten kan infiltreren, bijvoorbeeld bij intens zware regenval, loopt over het oppervlak (volgens het gefälle) af.
Het is van belang dat de afwateringsgoten of -schachten zowel in het gebied van de draaglaag (de oorspronkelijke laag waarop na renovatie de nieuwe platen worden gelegd) als in het gebied van de nieuwe oppervlakte van de gummiplaten toegankelijk blijven om struikelgevaar te voorkomen.
Voor kleinere oppervlakken volstaat het doorgaans om op de plaats van een gummiplaat boven een goot met een houtboor meerdere doorlopende gaten te boren (ongeveer 10 mm diameter). Bij grotere of intensief gebruikte oppervlakken en bij de oversluiting van afwateringsgoten wordt het aanbevolen een op maat gemaakt rooster te installeren dat gelijk ligt met de bovenzijde van de gummiplaat. Op deze wijze is de afwatering en de veiligheid van het oppervlak eenvoudig en effectief gewaarborgd.