Hoe voorkom ik plasvorming (stilstaand water) op de ondergrond?
Waterdoorlatende bestrating op een betonnen vloer leggen vereist voldoende afschot naar de afvoer en het opvullen van bestaande kuilen, zodat plassen op een ondoorlatende fundering worden voorkomen. Ondoorlatende funderingen omvatten onder meer oppervlakken van dekvloer of beton en dakafdichtingen van dakleer, bitumenbanen of afdichtingsfolie.
Na regen is goed zichtbaar waar water zich verzamelt. Bij droog weer kunnen kuilen zichtbaar worden gemaakt door water met een gietkan of tuinslang over het oppervlak te verdelen.
In de kuilen worden passend uitgesneden stukken dakleer los neergelegd om hoogteverschillen uit te vullen. Zo nodig kunnen meerdere lagen op elkaar worden gelegd. Het resultaat is te controleren met een lange richtlat of een recht metalen profiel.
Het gecontroleerde oppervlak hoeft niet volledig vlak te zijn. Belangrijk is dat er zo weinig mogelijk water achterblijft en dat het aanwezige afschot behouden blijft.
Zand, split en grind zijn hiervoor niet geschikt, omdat zij zich onder de bedekking kunnen verplaatsen en door water kunnen uitspoelen. De stukken dakleer corrigeren afzonderlijke kuilen, maar compenseren een ontbrekend afschot of ontoereikende afwatering van het volledige oppervlak niet.