Shop
Veelgestelde vragen

    Vloeibare afdichting in hoeveel lagen aanbrengen?

    Vloeibare afdichting ALLESDICHT wordt aangebracht op een draagkrachtige, schone en droge ondergrond. Breng twee tot drie lagen aan. De ondergrond moet vrij zijn van stof, olie en vet; sterk zuigende oppervlakken krijgen vooraf een diepgrond. De vloeibare afdichting hecht op vrijwel alle gangbare bouwondergronden, waaronder beton, hout, bitumen, tegels en metaal. ALLESDICHT is gebruiksklaar en wordt vóór het aanbrengen grondig geroerd. Het vloeibare rubber kan worden gestreken, geborsteld, met een spatel worden aangebracht of met een airlessapparaat worden opgespoten.


    Een volgende laag wordt pas aangebracht nadat de vorige volledig is doorgedroogd. Elke natte laag mag maximaal 0,15 cm dik zijn; de afgewerkte rubberlaag bereikt ten minste 0,2 tot 0,3 cm. Bij aansluitingen en doorvoeringen wordt aanvullend wapeningsweefsel verwerkt. Na het drogen ontstaat een elastische, waterdichte rubberlaag met meer dan 200% rekbaarheid, die bewegingen van de ondergrond volgt. Vóór het aanbrengen hoeft ALLESDICHT alleen grondig te worden geroerd; afhankelijk van het oppervlak zijn strijken, borstelen, spatelen en opspuiten met een airlessapparaat mogelijk.