Hoe wordt ALLESDICHT aangebracht?
ALLESDICHT is gebruiksklaar en dient voor verwerking grondig te worden doorgeroerd. Afhankelijk van het type en de grootte van het te afdichten oppervlak kan ALLESDICHT worden aangebracht door te schilderen, borstelen, plamuurwerk toe te passen of te spuiten. Het is inzetbaar op vrijwel alle gangbare ondergronden zoals beton, hout, bitumen, tegels en meer. De ondergrond moet schoon, droog en vrij van stof, olie en vet zijn – sterk absorberende oppervlakken kunnen vooraf met een primer behandeld worden voor een betere hechting.
ALLESDICHT wordt in twee tot drie lagen, telkens nat op droog, aangebracht om de gewenste dikte van de afgewerkte rubberschil (minimaal 2–3 mm) te bereiken. Elke laag dient gelijkmatig aangebracht te worden en mag een maximale laagdikte van 1,5 mm niet overschrijden. Voor bijzonder belastbare zones, zoals aansluitingen en doorvoeringen, kunnen weefselinzetten worden gebruikt voor extra stabiliteit.